Over het algemeen
Is het fietsen in Nieuw Zeeland vrij pittig. Het is vrijwel overal heuvelig, met pittige klimmen. Als je de tijd neemt kom je altijd wel boven. Op saaie of zware momenten maakt de MP3 veel goed. De weg is over het algemeen goed geasfalteerd. Ze hebben hier wel veel grof asfalt, wat voor veel weerstand zorgt en veel herrie van voorbijgaand verkeer. Langs de weg liggen veel dode dieren (vogels en ‘bossoms’). Ook veel glas, wat de investering in een goede en stevige buitenband de moeite waard maakt. Fietspaden kennen ze hier amper. Maar het is een waar ‘Peddelers Paradise’, mooie omgevingen en prachtige uitzichten. Het eten en de overnachtingen zijn vrij duur. De campings beschikken bijna allemaal over een keuken met koeling en fornuis. Het water drinken we (nog) niet uit de kraan. Het gefilterde water zou goed te drinken zijn, maar we hebben toch wat buikklachten gehad.

Donderdag 3 januari. Rotorua – Wairakei, 80km. Met regendruppels op het tentdoek worden we wakker. We wachten even met opstaan en gelukkig worden de druppels kleiner. We ontbijten met brood belegt met ei en ontmoeten de Nederlandse fietsers weer, die we in Auckland tijdens het opbouwen van de fiets troffen. We ontbijten gezamenlijk en kletsen over eerdere reizen. Pas rond 09.00uur fietsen we Rotoroa uit en komt er vrijwel meteen plek voor natuur. De natuur gaat gepaard met klimmen en dalen. De omgeving bestaat uit grasvelden met oude dennen en stukken bos. Langzaam kommen de eerste rotsen in zicht en wordt het klimmen serieuzer. Rond de middag, na een pauze met een broodje gezond, sluit de rustige weg aan op de drukkere richting Taupo. Het gebied blijft mooi groen en heuvelig, maar met meer verkeer. Langzaam bereiken we een hoogte van 600 meter. Hoger dan verwacht. We sluiten af met een lange afdaling en bereiken een camping weggeduwd in het groen. Buiten alle loslopende dieren ligt er een café, een toiletgebouw en een keuken. Ook deze is met 16 dollar netjes aan de prijs. Vanwege gebrek aan boodschappen bestaat onze avondmaaltijd dit keer uit brood met gebakken ei en pasta zonder gehakt.

Vrijdag 4 januari. Wairakei  – Turangi, 63 km. Vandaag staat de dag in het teken van Lake Taupo. Een groot meer naast een actieve vulkaan gelegen bij het stadje Taupo. We fietsen om het meer heen van Taupo naar Turangi. Omdat we door onze voorraad heen zijn slaan we eerst groot in bij een Countdown. Vers brood, broodbeleg, fruit, muesli-repen, koekjes en chips vullen Pauls voortassen. Maar ook haalt Yvette voldoende drinken en iets lekkers voor het begin van de dag. Het meer trekt veel toerisme. Hotels, motels, lodges, B&Ben, Spa’s vechten voor een plek aan de waterkant. Tijdens de tocht pauzeren we aan het water. We krijgen twee klimmen vandaag, voor de rest is het overwegend plat. Er staat een stevige, koude wind. Als de wind wegzakt brand de zon echter goed, en loopt de temperatuur gelijk op. Eenmaal in Taurangi besluiten we aan een picknicktafel eens goed te bekijken waar we willen slapen. De Garmin geeft verschillende kampeerplekken aan. De dichtstbijzijnde is vlakbij en ligt naast een motel waar Paul vraagt naar de mogelijkheden. Er blijkt echter geen camping meer te zijn maar we mogen onze tent (gratis) op het grasveld plaatsen. Daar hebben we gelijk gebruik van gemaakt, zeker met al die dure campings van de afgelopen dagen. Na het plaatsen van de tent doen we opnieuw boodschappen. Vanavond eten we BBQ chickenburgers, wokgroenten en gekookte aardappeltjes. We zijn vandaag veel geld kwijt aan boodschappen, in totaal bijna 60 dollar. Een gratis plek voor de nacht is dan wel fijn. Zeker als deze ook nog mooi en rustig naast een rivier is gelegen. Vanavond gaan we vroeg naar bed, zodat we morgen hopelijk vroeg kunnen vertrekken. Voor morgen hebben we een pittig traject op de planning, maar als het lukt zijn we in twee dagen aan de kust. Misschien dat we het Noorder-eiland dan in twee weken kunnen doorkruisen en nog een kleine 5 weken over hebben voor het Zuider-eiland. Tot nu toe gaan de nachten voor Paul goed. Ikzelf slaap minder goed en wordt iedere ochtend met rugpijn wakker. Ik hoop dat het vanzelf beter gaat als ik meer nachten in de tent heb doorgebracht.

Zaterdag 5 januari. Turangi – Raetihi, 90 km. We staan al vroeg op vanochtend. Gisteren lagen we vroeg op ons matje en hebben nog even gelezen om ook op deze manier onze benen rust te geven. We bedanken de eigenaar voor de gratis plek en zitten rond 08:00u op de fiets. We fietsen van Turangi naar Raetihi en starten gelijk met een 10 km lange klim naar een hoogte van 700 meter. Eenmaal boven, bereiken we na een korte steile afdaling, een heuvelig terrein, met mooi uitzicht over verschillende vulkanen. We pauzeren bij een groot meer, genaamd Lake Rotoaira. Een uurtje later trekken verder en bevinden ons op een hoogvlakte met hectares vol cactusstruiken. Rechts van ons hebben we uitzicht op de vulkanen met enkel een besneeuwde bergtop. Deze hoogvlakte ligt op een hoogte van 915 meter. We hebben dan ook een tijd moeten ploeteren om van dit uitzicht te mogen genieten. Bij National-Park (plaatsje) hebben we er 50 kilometer opzitten en kopen we boodschappen bij een tankstation met een winkeltje. Na dat de tassen gevuld zijn krijgt Yvette last van haar buik en moet ze gauw op zoek naar een toilet. Eenmaal op de fiets  houden we regelmatig pitstops, en even lijkt het niet goed te gaan met haar. Gelukkig gaat het na twee boterhammen met pasta en pindakaas steeds beter. Vandaag willen we graag een keer wildkamperen en niet betalen voor dure Holiday parken. Het vinden van een geschikte plek laat lang op zich wachten. Helaas geen riviertjes met wat gras om te kunnen overnachten. Hier bestaat alles uit droge grond met cactussen. We moeten door. Een aantal kilometer na National Park komt de beloofde lange afdaling. Dertig kilometer peddelen we met gemak weg en belanden in Raetihi. Het lijkt wel een Westerns spookstadje. Gelukkig is er een camping en ziet deze er prima uit voor 20 dollar per nacht. Als eerst maken we gebruik van de douche! Even al het zweet, gemengd met zonnebrand en stof van je lichaam spoelen na deze warme dag. Vanavond eten we spaghetti met steakvlees en diepvriesgroenten. We lezen nog even en kruipen vroeg onze tent in. Morgen nog één lange dag dan zijn we weer aan de kust. Vandaag was het zwaar. We hebben heel wat hoogte meters gemaakt maar de uitzichten waren geweldig!

Zondag 6 januari. Raetihi – Wanganui, 94 km. De wekker gaat vroeg. We ontbijten in het keukentje omdat het buiten nog fris voelt. Langzaam warmt de zon de aarde op. Het belooft vandaag een warme dag te worden. Na een half uurtje internet fietsen we het spookdorpje in voor een kleine boodschap. Pinnen bij het tankstation lukt helaas niet. Uiteindelijk krijgen we dankzij de creditcard onze boodschappen. Volgends het routeboekje zou de dag grotendeels bestaan uit afdalen richting de kust. Niets blijkt minder waar. Het begint met een lekkere afdaling tot aan een rivier. Deze houden we de rest van de dag vast. Het wegdek slingert op en af. De ochtend verloopt snel en de omgeving is mooi. Spits gesneden bergen begroeid met gras en grazende koeien en schapen tekenen het landschap. Na de middagpauze zitten we grofweg op de helft tot aan het kustplaatsje. Langzaam geven de spieren signalen van vermoeidheid en willen niet meer klimmen. Het wegdek blijft op en afgaan, alleen de rivier kronkelt in een rustige baan naar beneden. Het bord Wanganui komt in zicht, alleen resteren er nog 35 kilometer gefietst te worden voordat we de stad daadwerkelijk zullen bereiken. De omgeving blijft mooi alleen gaat het genieten over in afzien. Dalen bevalt goed, klimmen is zwaar. Na zo’n 70 km stoppen we voor iemands oprit voor een pauze. Het schuine grasveld lokt uit even rust te nemen. Het doet goed. De laatste 20 km gaan beter. We bereiken het punt waar we de rivier loslaten. Nog eenmaal moeten we onze spieren gebruiken voordat we ons kunnen laten leiden door de lange afdaling. De koele wind komt als geroepen na de warme klim. Het is een branderige 30 graden buiten. Nog eenmaal voor de stad stoppen we. We treffen een boer en kletsen even. Zijn forse vrouw, zonder al te veel vrouwelijkheid opent het hek voor hem. Maar voordat hij naar binnen gaat vertelt hij ons dat er verderop een camping is. We worden uitgenodigd gebruik te kunnen maken van het toilet maar slaan het aanbod af. Had hij maar aangeboden om de tent in zijn tuin te plaatsen dan hadden we het wel geweten… denk ik. We fietsen langzaam Wanganui binnen en zoeken in de drukke havenstad een pinautomaat en eten voor het gemak bij Mac-Donalds. Na wat zoekwerk door het centrum belanden we voor 7 dollar op een verlaten camping. Uit één van de oude caravans komt een oude man. Hij geeft me het geruststellende gevoel dat we toch een veilige nacht kunnen doorbrengen op deze verlaten vieze camping. Het enige waar we gebruik van maken is de douche, al is het er eentje om de teenslippers zeker niet te vergeten. Gatver!!!

Maandag 7 januari. Wanganui – Foxton, 93 km. Gisteravond lagen we in bed toen het ineens heel hard begon te stinken naar rioollucht. Erg vies en het bevestigd alleen maar meer dat het een vieze camping is! Eenmaal werd ik ’s avonds opgeschrikt door een schreeuwende man, die met zijn auto hard optrok, met de koplampen gericht op onze tent. Gelukkig gebeurde er niets. ’s Ochtends worden we rond 7 uur wakker van de brandende zon op  het tentdoek. We maken ons gereed en niet veel later komt de eigenaar langs voor een praatje. Hij merkt op ‘the girl yesterday charged to less’. Het is eigenlijk 14 dollar per persoon per nacht. Ik zeg tegen Paul dat het bedrag ‘way to much’ is. Ik had al in mijn hoofd dat deze bijzondere man terug zou komen om zijn resterende 7 dollar te komen halen. Dus ik bereidde me voor hoe ik het zou kunnen zeggen. Niet veel later komt hij inderdaad terug. We hadden ook gratis in een bepaalde caravan kunnen slapen, die stond toch al langer leeg. En of Paul naar ‘the office’ wilde komen om de resterende 7 dollar te betalen. Ik zeg tegen de meneer vriendelijk dat we gisteren een prijs te horen kregen van 7 dollar per persoon en we gebaseerd op dat bedrag besloten om te blijven. Achteraf een andere, hogere prijs komen berekenen kan echt niet… daarna loopt hij weg. Ik zeg tegen Paul, ik wil hier zo snel mogelijk wegwezen. We pakken vlug de tent in, tas aan de fiets en weg zijn we. Wat een enge camping, vreemde mensen en barre faciliteiten. Als eerste doen we een boodschap en trakteren  onszelf op croissantjes bij het ontbijt. Op een bankje naast de rivier ontbijten we en maken ons klaar voor vertrek. We besluiten het rustig aan te doen vandaag. Mijn spieren zijn nog niet voldoende herstelt, dus op ons gemak tuffen we het stadje uit. Dan blijken we opeens wind in de rug te hebben en schiet het behoorlijk op! Na een afslag krijgen we volle wind op de schouder of van opzij, al met al toch nog 93 kilometer gefietst. Het is eigenlijk niet de bedoeling om deze afstand af te leggen. We eindigen in Foxton-Beach op een camping bij het strand. Een mooie camping, mooie faciliteiten en dat voor 20 dollar. Super toch! Na het avondeten, dat lang duurt omdat we veel aanspraak krijgen en het keukenfornuis niet vlot werkt, gaan we nog even op het strand  kijken om van de ondergaande zon te genieten. Heerlijk!

Dinsdag 8 januari. Foxton – Wellington, 64 km. Is het de wekker of de wind die ons wekt? De tent schudt als een gek op en neer. Buiten lijkt het te stormen. Eenmaal de tentrits geopend blijkt het dat ook te doen. De wind komt van zee en neemt het geluid van slaande golven mee, inclusief het zand van het strand. Met moeite lukt het ons de tent bij elkaar te vouwen en in de hoes te proppen. We ontbijten in de keuken en maken ons klaar voor de rit. De eerste vijf kilometer om Foxton Beach uit te rijden zijn bijna gratis. Met gemak tikken we 30 km p/h aan. Maar daarna begint het gevecht tegen de wind. Gedachten als ‘is dit wel verantwoord’ spoken door mijn hoofd. We peddelen langzaam richting het Zuidwesten, terwijl de wind volop vanuit het westen blaast. Meerdere keren belanden we in de berm door een onverwachte rukwind. Passerende vrachtauto’s ontnemen de zijwind en trekken ons richting de denderende machines. Vooral bruggen, waar vluchtstroken ontbreken zijn gevaarlijk. Bij sommige bruggen is het verstandiger om te lopend. Onderweg steken automobilisten vaak een groetende hand op, nu zijn het dappere duimen. Met moeite bereiken we Levon waar informeren naar een trein richting Wellington. Maar helaas rijdt deze alleen eenmalig in de ochtend. Via het infocentrum krijgen we te horen dat er vanuit Waikanae elk half uur een trein vertrekt. Met een lunch achter de kiezen vertrekken we richting Waikanae. Zware kilometers zonder ervan te kunnen genieten kruipen voorbij. Links van ons ligt een bergketen waar de bewolking zich op lijkt te hopen. Een donkergrijze massa kleurt de hemel, terwijl het boven de kust helder blauwe blijft. Eenmaal in Waikanae zitten we snel in een trein richting de hoofdstad. Na een uurtje treinen staan we op het station en laten we de wind achter ons. Helaas ook de mooie stranden de we vanuit het treinraam voorbij zien gaan. Ik had graag nog één nachtje gekampeerd langs de kust, maar de wind laat het niet toe. In Wellington vinden we snel een (backpackers) hotel. Na een douche sluiten we de avond af met een wandeling door de stad en een avondmaaltijd in een Italiaans restaurant. Ook weer eens lekker om op een bed te slapen en niet te hoeven prutsen met één brander en twee pannetjes.

Woensdag 9 januari, rustdag in Wellington. We hebben lekker geslapen op een goed matras, heerlijk. In het hotel bestellen we ontbijt. Paul een ontbijt met ei & bacon en Yvette geroosterd brood met jam, fruit uit blik & cornflakes. De ochtend besteden we achter het internet. Het schrijven van blogs, foto’s, skypen met thuis en het lezen van mailtjes. ’s Middags wandelen we door de straten van de stad. Met honger lopen we een New World supermarkt binnen en komen met veel lekkers naar buiten. Het waait nog steeds hard in Wellington. Zo hard dat we ons af en toe moeten vasthouden aan een paaltje of iets dergelijks. ‘s Avond eten we bij een Thais restaurant. Beide iets overdonderd van de pepers genieten we van de avondmaaltijd.