Quarzazate – Meknes, 404 km.

Dag 15 & 16. Quarzazate – Squara, 60 km
Na een rustdag in Quarzazate en het bezoeken van een Kashbah (kasteel) fietsen we op zondag weer verder. We hebben onze route opnieuw aangepast, omdat ons de pas naar Imilchil is afgeraden in verband met de hevige sneeuwval. We fietsen de komende dagen Oostwaarts over de N10, door de Dadelvallei. Een weg die door veel fietsers wordt bereden. ’s Ochtends maken we een goede start ondanks de kou. We hebben de planning naar Skoura te fietsen en daar een hotel te nemen. We fietsen door een totaal nieuwe omgeving en het terrein golft ligt. Terracotta-kleurige, vlak afgesneden, rotspartijen steken af tegen de witte bergtoppen. De zon warmt ons langzaam op. Bij de afslag naar de N307 komen even de gedachte van de storm weer boven. “Eergisteren zagen we nog enorm af op deze route”, roept Paul naar mij. Nu ligt de Atlas er weer rustig en adembenemend mooi bij. We nemen een lange pauze waarbij de zeiknatte tent, met de resten van de sneeuwstorm, kan drogen. Eenmaal in Skoura besluiten we toch verder te fietsen. Het stadje lijkt weinig te bieden en om de hele middag rond te hangen trekt ons niet. Zeker nu het fietsen net zo lekker gaat. De omgeving kleurt roder en de besneeuwde bergen geven een mooi contrast. We fietsen door een minder bevolkte omgeving en beamen de schoonheid die er mee gepaard gaat. Op het eind van de middag vinden we een plekje ver van de doorgaande weg, bij een verlaten herdershutje. Met uitzicht over de weide vallei eten we onze spaghetti. We evalueren de fietsdag en zijn blij dat we deze route genomen hebben. Het was een schitterend en zeer positief stukje Marokko!

Dag 17. Boumalne-du-dades, 58 km
We liggen lekker lang in de tent om de ochtendkou op deze manier te vermijden. Na wat doezelen, koekjes eten en kletsen zijn we rustig aan opgestart. Rond half tien zitten we pas op de fiets. “Zo daar gaan we dan met onze gesmeerde ketting en opgepompte banden”, zegt Paul tevreden. Het terrein golft ligt. Langs de kant van de weg wachten vele op een taxi of een lift. “Ik vraag mij af hoe laat ze moeten beginnen met werken?”, roept Paul. Na vele km lekker wegfietsen komen we rond de middag in een dorp waar we beide een Tajine bestellen. Dit keer is de gevulde stoofpot iets minder gekruid dan andere keren en daardoor minder lekker. Tot aan Boumalne-du-Dades blijven de dorpjes aaneengeschakeld aan elkaar voorbij komen. Veel mensen langs de weg wachten nog steeds op een lift en schooljeugd fietst naar huis. Naarmate we verder Oostwaarts trekken lijkt de bevolking te veranderen. Mensen kleuren donkerder, dragen spullen op hun hoofd en spreken minder Frans. Het leven krijgt een Afrikaans tintje.
Eenmaal in het stadje aangekomen, worden we verrast door een chaotische winkelstraat, waar we wat boodschappen bij elkaar proberen te scoren. Als we met èèn teen de straat aanraken worden we gelijk aangesproken door mannen die voor hotels werken. We zijn uiteindelijk gestrand bij een Riad/Camping met panorama uitzicht op de stad en bergen. De tent staat op de binnenplaats. De haringen vinden maar moeilijk een weg in de harde ondergrond. We kunnen ons douche in een hotelkamer. Vandaag blijkt het water van dermate hete kwaliteit te zijn dat eronder staan onmogelijk is. Tot nu toe bestaan onze douche-ervaringen uit de volgende; koud, ofwel ontbreken van waterdruk, haakje afwezig, dan is er geen water en vandaag is de temperatuur te heet. Het lijkt onmogelijk een goede douche te vinden. Maar als ik dan toch even positief mag afsluiten; vorige week in Marrakesh voldeed de douche aan alle normen zoals wij het gewend zijn. Dit keer zijn we blij met de washandjes die we van thuis hebben meegenomen.
De temperatuur kwam vandaag niet boven de tien graden uit. Met de ondergaande zon koelt het sterk af. Koken is erg fris buiten. In onze tent genieten we van onze gebakken aardappels met bloemkool. “Weer eens wat anders dan pasta.” Na de afwas hebben we binnen een theetje gedronken, terwijl buiten de wind hard langs het raam raast. En nogmaals de kaart en plannen op tafel gelegd. De drive om verder te trekken is bij mij erg wisselend en sterk afhankelijk van het weer en met name kou. Ook verveling speelt een rol. Mijn voorbereiding blijkt te karig; zonder voldoende leesvoer of andere bezigheden kom ik de donkere uurtjes moeilijk door.

Dag 18. Gorges du Dades, 65 km
We starten weer laat deze ochtend. Na een goede nachtrust besluit Paul verse broodjes te gaan halen in het dorp. Bij terugkomst blijken de croissantjes toch iets minder vers dan het begrip ‘vers’.. We proberen ze met veel chocopasta nog een goede smaak te geven. Nu we op een camping staan komen we voor het eerst in contact met andere reizigers/vakantiegangers. Onze buurman is een gezellige Nederlander waar we een hele tijd mee staan te kletsen in het zonnetje. Het is prettig om weer eens je eigen taal te spreken. We vertrekken laat, dit keer zonder bagage, om de gorge door te fietsen die als ‘groene route’ en met panorama-uitzichten op de kaart is ingetekend. Zonder de tassen eraan hebben we een flink vaartje en zelfs bij de steilste stukjes voelen we iedere omwenteling verschil maken. Hoe dieper we de gorge in fietsen, hoe meer hotels en restaurantjes we tellen. Ook hier lijkt het aanbod veel groter dan de vraag. “Als ze zo door bouwen is er over 5 jaar een gorge van hotels”, grapt Paul met enige teleurstelling. Na zo’n 30 km bereiken we de gorge. De rotswanden reiken ver boven ons uit. We voelen ons klein. Voor ons ligt een klim om de gorge uit te komen en van boven dit natuurspektakel te aanschouwen. Via een pittig stukje haarspeldbochtenwerk komen we boven en aanschouwen de spleet in het bergmassief. We pauzeren even en komen onze Nederlandse buurman op zijn quad tegen. We maken nog een praatje en beginnen aan de terugweg die we vliegensvlug afleggen. Met vermoeide benen komen we terug in het plaatsje en scoren enkele boodschappen en lopen rustig terug omhoog. Op de camping bakken we een ei, wat we zeker vaker moeten doen. Na een uurtje horizontaal melden we ons in het ‘restaurant’ van de camping voor een Tajine. Het gaat niet van harte. We kunnen enkel thee bestellen en na een kwartier komt er een Tajine op tafel die er heel anders uitziet als de vele andere die we gegeten hebben. Normaal gezien bestaat het uit een piramide van aardappel, verschillende groenten zoals wortel, tomaat, ui, paprika. Er zitten olijven in en vlees wat zo lang gesudderd heeft dat het direct uit elkaar valt. Nu zien we een witte pruttelende puree met wat olijven en een wortel in vieren gesneden. Er blijken kleine stukjes vlees in te zitten, waar je te lang op moet kauwen en de witte puree blijkt een half rauw ei te zijn. De Tajine gaat ditmaal niet op… We zijn door de buurman uitgenodigd voor een kopje thee, waar we snel na de maaltijd in de lekker warme camper zitten. We drinken heerlijk kruidenthee zonder suiker en hebben tot laat zitten kletsen.

Dag 19. Tinerhir 82 km
Na een goed ontbijt in de opwarmende zon vertrekken we na gedag gezegd te hebben weer met volle bepakking. Een weidse vlakte strekt zich voor ons uit. Hier en daar wisselen terracotta en roodoranje rotspartijen elkaar af. We blijken wind in de rug te hebben. Niet zomaar wind in de rug maar een soort van turbomotor die ons vooruit blaast. Na twee uur fietsen met snelheden tussen de 30 en 45 km per uur zijn we op onze bestemming van vandaag! Thinerher. Ongelooflijk wat de wind voor je kan doen. Het waren gratis kilometers en daardoor puur genieten! Rond twaalven nemen we plaats op een terras vol met mannen voor een blikje frisdrank. Rond enen komen we bij een hotel waar Paul het eens wil proberen. Dit keer doelen we op een goede, warme douche! En na wat onderhandelen kunnen we voor 20 euro (200 Dhiram) de nacht doorbrengen. Een zeer eenvoudige kamer met dezelfde lemen wand met stro als buiten. Maar inderdaad met een goede straal water in de douche, of deze warm genoeg wordt moet nog blijken. Gauw stappen we de fiets weer op om de Gorge van Todhra te bezoeken, 15 km verderop. Over een ‘bumpy-road’ komen we, na lang de groene oase van palmen te volgen aan in de smalle kloof. Donker en koud ligt er enkel een weg en een riviertje tussen de bergspleet. Dit is een Gorge zoals hij hoort te zijn. Hoog, steil en akelig smal. Terug in het hotel wacht ons de grote verrassing. Heeft of krijgt dit hotel een warme of koude douche? Aan Yvette de eer om het te proberen. Een dik kwartier later komt er een vrolijke Yvette naar buiten. “Heerlijk, zegt ze tevreden. Zeker na een weekje behelpen met een washandje.” Paul heeft helaas minder geluk, de temperatuur wil niet meer boven lauwwarm uitkomen. We gaan het stadje nog even in voor wat kleine boodschappen. Paul wordt aangesproken bij de groenteboer. Een aardige man voor een leuk praatje, lijkt het. Hij wijst ons de weg naar de slager en geeft ons de tip altijd te kijken hoe het gehakt voor je klaargemaakt wordt, anders wordt het gemengd met kip of schaap. Alleraardigst blijft deze meneer helaas bij ons. Het groeiende voorgevoel dat ook deze meneer iets van ons wil wordt bevestigd. We moeten zijn sieradenwinkel aanschouwen. Het lukt ons niet om op vriendelijke wijze van hem af te komen. We dachten al te leren, maar zijn er weer ingestonken. Uiteindelijk lopen we toch weg bij zijn winkel, zonder iets gekocht te hebben. We maken onze eigen pasta buiten voor onze motelkamer en gaan met een voldaan gevoel naar bed.

Dag 20. Goulmima 75km.
Nadat we het stoffige Tinerhir achter ons hebben gelaten strekt de omgeving zich opnieuw uit. In de verte tekenen de bergketens zich vaag af. Voor ons ligt een vlakte van zand, stenen en hier en daar een stekelig struikje. Vandaag is de wind ons iets minder gezind als gisteren. We hebben hem iets of wat tegen. Op de fiets filosoferen we over al die wachtende Marokkanen langs de kant van de weg. Ze wachten op een lift of taxi. “Zullen ze naar hun werk gaan”, vraag ik aan Yvette. “Misschien wel, maar ik vraag mij dan wel af hoe laat ze moeten beginnen”, antwoord Yvette. In dat opzicht is het jammer dat we de taal niet goed genoeg spreken. Contact leggen is moeilijk. En als we contact krijgen zit er tot nu toe altijd iets achter. Met deze gedachte maken we in een snel tempo dertig kilometer. Tijd voor onze eerste pauze.
Tien kilometer verderop zien we in de verte enkele kamelen door de leegte lopen. Als we de groep naderen zien we dat ze gedreven worden door een herder. Met wilde gebaren proberen ze ons iets duidelijk te maken. “L’eau, l’eau”, roepen ze. “Ze vragen om water,” zeg ik verbaast. “Water moet je altijd delen. Dat is een soort ongeschreven regel in de woestijn.” Als de herder, na het afgeven van een halve fles water ook naar cola, eten en geld vraagt begin ik te twijfelen of ze echt dorst hebben. Met een gemengd gevoel laten we ze achter. Rond de middag pauzeren we in Tinejdad. De vele ansichtkaarten laten zien dat dit restaurant duidelijk is ingesteld op toerisme. We bestellen een Tajine en delen deze met elkaar. “Ik blijf het raar vinden van die herder”, zeg ik tegen Yvette. Ze knikt. Terwijl we de kip-tajine eten klinkt het middaggebed. “Het is half èèn.” We vervolgen onze tocht maar doorkruisen eerst het dorp. Vanuit de fiets zie ik hoe een slager een koe aan stukken zaagt, hoe de groenteboer zijn producten uitstalt en hoe een fietsenmaker een wiel terug in de vork plaatst. Eigenlijk gebeurt in elk dorp hetzelfde. Er lijkt niemand op een ander of een creatief idee te komen om zijn winkel aantrekkelijker te maken dan dat van zijn concurrent. Het leven blijft zoals het is. Jaar in jaar uit. Gek, want in Nederland streven wij altijd naar meer of beter. Hier niet, hier draait alles zoals het draait, er heerst rust en saamhorigheid. Ik vraag mij af wat nu belangrijker is?
Na Tinejdad verandert de omgeving. Het wordt vlakker en er liggen resten van Sahara zand langs de weg. De’zandwoestijn’ ligt nog maar enkele kilometers zuidelijker dan wij ons op dit moment bevinden. Zelf Algerije komt dichtbij. Hier en daar steken stekelige struikjes uit de dorre, onvruchtbare grond. Enkel bij de droge rivieren zien we een oase van palmen. Een roodwit paaltje geeft de resterende negen kilometer naar Goulmima aan. Onze fietsdag zit er weer bijna op. Na vijfenzeventig kilometer vinden we een camping met een zeer warme douche 🙂 … ‘Pas op voor het hete water’, waarschuwt een bord.

Dag 21. Er-Rachidia. 64km.
“Au revoir”, roepen we naar de campingeigenaar als we het terrein verlaten. Hij zwaait terug en wenst ons een goede reis. Na het stadje worden we gelijk getrakteerd op een pittige klim. Van bovenaf kijken we neer op de groene oase, waar het stadje zich, in de terracotta kleurige woestijn heeft gevestigd. Voor ons resteert opnieuw een enorme hoogvlakte. Stekelige struikjes staan verspreid over de zanderige vlakte. Vandaag oogt de hemel grijs. “Hopelijk houden we het droog.” Afgelopen nacht regende het licht maar s’ ochtends was er al geen druppel meer op de tent te bekennen.
Soms passeren we een droge rivierbedding. Van verre zien we dan een strook met groen op ons af komen. Het fietsen is vandaag wat eentonig. Gelukkig blaast de mp3 nieuw leven in de dag. Beide gewapend met muziek in de oren maken we kilometers. We pauzeren om de 15 km. Echt een beschutte plek om ons brood te eten kunnen we niet vinden. Het is kaal om ons heen en de wind heeft vrij spel. Op een enkele auto na zijn we alleen. Soms zien we in de verte een Nomadentent staan of een herder met geiten en kamelen door de vlakte trekken. Rond het middaguur pauzeren we bij een drinkplek voor het vee. Tussen de betonnen muren zoeken we een plekje uit de wind. Voor ons zien we een waterput om de drinkteil voor het vee mee te vullen. Diep in de put zit water.
De resterende kilometers naar Er-Rachidia lopen vlot. Rechts van de weg passeren we een gevangenis. “Ontsnappen heeft geen zin, ze zien je hier tien kilometer verderop nog rennen.” Yvette lacht. Na de gevangenis lijken we een vuilnisbelt te doorkruisen. De plasticzakjes dwarrelen overal om ons heen. ‘Voor de fietser en ongetwijfeld anderen reizigers is het jammer dat de Marokkanen niet bewuster met hun afval omgaan.’ Een hectometerpaaltje signaleert de laatste vijf kilometer naar Er-Rachidia. Als onze ogen over de zandheuvel reiken zien we het stadje voor ons opdoemen. “Ons doel voor vandaag is in zicht.” We speuren drie hotels af opzoek naar de beste voor de gevraagde prijs van 200 Dhirham. Bij nader inzien blijken ze toch allemaal ranziger te zijn dan gedacht, waarbij we niet in detail zullen treden. Gelukkig hebben we wel een warme douche. Opzoek naar een eettentje is net zo’n klus. Uiteindelijk zitten we aan tafel met een bord gegrilde kip, voor de tweede maal opgewarmde friet en lauwe rijst. Het is lekker omdat het weer eens wat anders is dan Tajine of pasta 😉

Dag 22. Busreis naar Meknes
Om kwart voor acht proberen we de ijzeren poort van het hotel open te maken. De hoteleigenaar slaapt nog en is niet wakker geworden van ons gestommel op de kamer. Uiteindelijk krijgen we de deur open en lopen met de fietsen de trap af. Voor we gaan duwt Paul nog stiekem op de deurbel.. Komen de vroegere streken weer even boven. Om acht uur staan we paraat bij de bagage weegschaal van de busmaatschappij CTM. Er gebeurt weinig. Na een half uur wachten komt er eindelijk beweging in de wachtende mensenmassa. We vertrekken een half uur later dan gepland. Fijne bus, goede zitplaatsen en de fietsen staan veilig onder in het bagageruim. We worden alleen geplaagd door een zeer onaangename geur. We kunnen het niet goed definiëren, maar we vermoeden na wat overleg een volle broek van een kleine koter voor ons. Een lange zit van 5uur wacht op ons. Paul zit zich te verbijten wanneer we de bergen intrekken. ‘Ik had dit veel liever willen fietsen’ hoor ik beteuterd langs me.
Inmiddels wordt het zicht slechter en begint het te sneeuwen. ‘Maar goed dat we nu niet op de fiets zitten, hé’ zeg ik tegen Paul. Ik krijg geen bevestiging. Van sneeuw gaan we over naar zon, regen met regenbogen en dan rijdt de buschauffeur om een afsluiting heen. We kijken elkaar eens aan. En ja hoor. Niet veel later rijden we stapvoets door een dik pak sneeuw. ‘Dit schiet niet op’ hoor ik langs me. ‘Als je nu tegen me zegt dat je zin hebt om te fietsen, dan stappen we gauw uit’. Ik houd wijselijk mijn mond.. Wegafsluitingen worden gewoon genegeerd, maar we lopen in een dorpje vast. File. Na vijf uur rijden moet ik heel nodig plassen. De laatste drie uur hebben we geen stopplaats meer gehad. Omdat de bus niet verder lijkt te kunnen, loop ik naar voren en vraag in gebrekkig Frans of ik naar de wc kan. Het wordt niet begrepen, er is geen toilet. Na een paar keer proberen wordt de deur geopend en ren ik door een dik pak sneeuw, een paar honderd meter terug naar een tankstation. Wanneer ik terug ren is de file opgelost en staat bijna iedereen buiten. We gaan gauw naar binnen en rijden verder. Na 7 uur rijden stopt de bus voor zijn eerste plaspauze bij een café. Buiten is het waterkoud en tot mijn verbazing zie ik op de bus Er-Rachidia-Casablanca staan. ‘ We zouden toch niet in de verkeerde bus zitten?’ zeg ik tegen Paul. ‘Welnee, en anders gaan we toch naar Casablanca? antwoord hij lachend. ‘We zullen het wel zien’. Uiteindelijk worden we er in Meknes uitgezet. Het regenpak gaat aan en we fietsen naar het Ibis-Hotel. Eindelijk een hotel waarvan we vooraf weten dat het westerse maatstaven bekleed. ‘Schone badkamer, zachte bedden’, droomt Yvette hardop. Aan de balie blijkt de kamerprijs het dubbele te zijn van de online prijs, waardoor geadviseerd wordt via internet te boeken. “U kunt hier gratis gebruik maken van wifi”, zegt de man met een neutraal gezicht.
Nadat we ons gesetteld hebben op de kamer, is de grote gele M aan de overkant van het hotel onweerstaanbaar. ‘Bigmac, kipnuggets en frietjes.’