Meknes – Casablanca, 240 km met de bus

Dag 23. Meknes

‘Wakker worden op een zacht matras, je even douche voor het ontbijt.’ Het klinkt zo gewoon, maar wat hebben dat gemist. Misschien dat we er daarom zo van kunnen genieten, al staan we er ook even bij stil dat dit niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Het harde bestaan rondom de Atlas laten we achter ons. We bevinden ons in een welvarender stukje Marokko. De omgeving is groener en oogt vruchtbaarder. Er lijkt meer werkgelegenheid, al zien we nog veel mensen niksen. We bevinden ons in Meknes. Exact tussen de historische Medina en het ‘zakelijke’ deel ligt ons hotel. Buiten kijken we tegen de grote gele M van Mac Donalds waar we gisteren een hamburger aten. Verder aan de horizon steken twee torens van de moskee’s boven de stad uit. Het ochtendgebed hebben we gemist. We hebben tot half tien geslapen. Rond twaalven lopen we richting de oude Medina om de ‘Bab Mansour’, wat ‘grote poort’ betekend, het Mausoleum Ismail en de overvolle Souk steegjes te bekijken. We slenteren door de smalle straatjes en zien hoe kippen ter plekke levend worden afgewogen, geslacht en verhandeld. De geur is doordringend en Yvette wil zo snel mogelijk weg. Het Mausoleum is met haar prachtig versierde mozaïek tegelwerk een ware bezienswaardigheid. De kleuren blauw, geel en olijfgroen komen in Marokko regelmatig terug; zowel in tuinen als in het dagelijkse straatbeeld. De wandeling door het zakelijke centrum levert ons niet meer op dan twee tickets voor de CTM bus naar Casablanca. Het is zondag en veel winkels zijn gesloten. Het enige wat we van deze ‘UNESCO bekroonde’ stad nog gemist hebben is de ondergrondse gevangenis. Zonder meer achtergrondinformatie dan de 50.000 christelijke slaven die er in de jaren 1700 opgesloten zaten, aanschouwen we alsnog de donkere kerker. De klamme ruimte bestaat uit èèn grote kelder zonder gescheiden cellen. We zien geen tralies, zoals wij gevangenissen kennen. Het leven moet er ongetwijfeld vreselijk zijn geweest. Bij gebrek aan ‘moderne’ restaurantjes schuiven we die avond aan in het restaurant van het Ibis. Daar eten we een bord met zalm, kippenragout, frietjes en een bonensalade.

Dag 24. Casablanca

“120 Dirham alstublieft”, roept de balie medewerker de volgende ochtend als we onze fietsen inclusief bagage willen afgeven voor de busrit naar Casablanca. “120”, antwoord ik verbaast. De inflatie moet zich vannacht bijna verdriedubbeld hebben, want gisteren betaalde we voor dezelfde hoeveelheid bagage 51 Dirham. Ik merk dat ik er boos om word maar dat komt vast niet ten goede. Boosheid toon je in een islamitisch land immers nooit persoonlijk, je richt het uitsluitend tot de prijs of het product. Dat is moeilijk als je het gevoel hebt belazerd te worden. Uiteindelijk betalen we de volle mep, 12,- euro in plaats van 5,10 euro dus waar maken we ons druk om? Als we de overvolle bus binnenstappen ontstaat er een chaos wie waar moet zitten. De aangewezen stoelnummers worden niet nageleefd. Op de bemachtigde vrije plek worden we weer weggejaagd, omdat een jongeman wel aan zijn stoelnummer vasthoudt. We krijgen het gevoel dat ‘de twee blanken’ de sfeer overhoop gooien als iedereen zich onrustig begint te verzitten en met elkaar begint te bemoeien. Ongemakkelijk zitten we uiteindelijk naast elkaar, vooraan in de bus. Vier uur lang aanschouwen we de roekeloosheid van het verkeer door de gebarsten voorruit. Auto’s, scooters, fietsers en alle andere soorten vervoermiddelen die aan het openbaar verkeer deelnemen halen de bus links en rechts in als deze opgehouden wordt door een voorligger. Oponthouden betekent acuut toeteren, het liefst lang en hard. Voor een stoplicht hoopt de totale verkeersdeelneming zich op èèn hoop. Tweebaans wegen verdubbelen zich met vier rijen auto’s naast elkaar. Alle gaten en spleten worden opgevuld met brommertjes en fietsers. Jongeren proberen voor het rode licht pakjes sigaretten te verkopen of autoruiten schoon te maken voor enkele Dirhams. Nog voor het groene licht de kans krijgt om groen te worden ontstaat er een concert van claxons. Eenmaal in Casablanca nemen ook wij deel aan dit onbeschrijfelijke stukje chaos; het dagelijkse verkeer. Wederom zijn we blij met ons spiegeltje. Het geplande Manzil hotel, aan de rand van de arbeiderswijk nabij de haven vinden we snel. De kamer is groot, netjes, schoon en niet duur vanwege de ligging. Ideaal als je je eigen vervoersmiddel bij je hebt en niet teveel wilt neerleggen voor een nacht in een stad als Casablanca. Als we er rond de namiddag op uit trekken blijven we hangen bij de tweeder grootste Moskee van de wereld; Hassan ||. Het machtig grote bouwwerk, met zijn 200 meter hoge minaret, volledig opgetrokken uit marmer en versierd met mozaïek is schitterend. Totdat de zon ondergaat staren we naar het bouwwerk wat misschien beter een kunstwerk genoemd kan worden. “Ik heb zelden zo’n statig gebouw gezien”, zeg ik tegen Yvette. De zee ruist onstuimig op de achtergrond. Het is eb en sommige vissers proberen een vangst binnen te halen.

De volgende ochtend beginnen we rustig met een ontbijtje bij het hotel. Op de fiets gaan we wederom richting de moskee om even aan zee te zitten. Al starend naar het water evalueren we de reis. Marokko is een land om te ontdekken. Een cultuurshock is het voor iemand die de wereld begint te verkennen. Het leven is niet zo gestructureerd als wij dat gewend zijn. Hoe iemand dat ervaart is een eigen mening, voor ons was het èèn groot avontuur. Verwachtingen komen nooit uit zoals je je voorstelt. Elke dag blijft een verrassing totdat je hem zelf beleefd hebt. En dan nog de natuur. Het reikt van Sahara, tot hoge gebergte tot rijkelijk gevulde groene bossen. De natuur is schitterend, maar het wordt helaas ook aangetast door vervuiling van de nabij wonende mens of het toenemende toerisme. De Marokkanen zelf zijn een vriendelijk volk, ze zullen je bijna altijd begroeten en vragen hoe het met je is. Behulpzaam zijn ze wanneer dat nodig is. Ook als je geen Arabisch of Frans spreekt proberen ze een woordje Engels om je verder te helpen. We hebben ons nooit onveilig gevoeld, eerder ongemakkelijk door een helpende hand of helaas door opdringerige hulp of verkoop. Marokko is een land waar we zeker nog een keer naar terug willen. Het land heeft meer te bieden dan we tot nu toe gezien hebben. De keuken is geweldig maar je treft de beste gerechten in een iets welvarendere stad. Qua hygiëne moet je af en toe een oogje dichtknijpen of een keer extra je handen wassen 😉 Voor een fietser heeft het land veel te bieden maar minder in de wintermaanden. Oktober, november of maart, april zijn de betere reis/kampeer maanden.

Voor ons zit de reis er bijna op. Overmorgen, 23 januari vliegen we terug naar Nederland. Onze fietsen zijn zo goed als mogelijk ingepakt met karton, magnetronfolie en een rol tape. Bij het zoeken naar inpakmateriaal werden we nog eenmaal verrast door de beleefdheid van onze Afrikaanse Zuider buren. We kregen twee grote dozen voor een handdruk maar hebben de beste man nogmaals bedankt voor zijn gift met een zak heerlijke koekjes. Het wederzijds gebaar was een prettige afsluiter van deze reis door Marokko. Morgen hebben we nog een volle dag in Casablanca. Deze besteden we aan het verder verpakken van de bagage en het van binnen bezichtigen van Casablancas trots; de moskee. s ‘Middags vertoeven we op een terrasje aan zee in de zon en tikt het kwik meer dan 30° aan. “Hoe is het weer in Nederland?”